Wij zijn allemaal astronauten – Oscar van den Boogaard
TITEL: Wij zijn allemaal astronauten – Oscar van den Boogaard
I. PLOT
Wij zijn allemaal astronauten gaat over een man die 3 maanden uitgenodigd is om naar Montreal te gaan en nadenkt over het leven in een studio daar. In het begin van het verhaal neemt hij afscheid van het appartement en van de bejaarden. Op de dag van de terugreis kwam hij een man tegen die iedereen aansprak maar niemand reageerde op hem, de schrijver veracht mensen die heel stil zijn. Hij is ook heel stil die dag. Meestal brengt hij mensen in verlegenheid, hij wil iets zien van hen, hij wil de essentie. Maar hij is zo stil omdat hij niet goed in afscheid nemen is. Op het moment dat hij het verhaal vertelt zit hij op het vliegtuig terug naar huis ergens in Nederland. Daarna vertelt hij een groot stuk van zijn leven: over zijn honden die hij wou meenemen toen ze verhuisde naar Nederland maar hij kon ze niet mee nemen omdat ze zouden sterven van de kou (maar dit was niet waar, zijn ouders hadden hem voorgelogen), herinneringen, vrienden (hij had samen met zijn vrienden proberen te achterhalen waar hij ze al eens zou gezien hebben voor ze elkaar kenden), vakanties (kampeervakantie vond hij het leukste, iedereen had zo zijn functie), familie,… Hij is eigenlijk een filosoof.
II. BEOORDELING
Het was een heel realistisch verhaal (gebeurtenissen). Precies of het was een boek over zijn echte leven. Maar ik vond het saai, er kwam niets van actie in of humor. Het boek was dan ook meer filosofisch bedoeld.
Het greep me ook niet aan en ik had ook niet de neiging om verder te luisteren. Ik hou niet van die boeken waar niets in gebeurt, waar geen spanning in zit. Er moet iets in het verhaal zitten wat de moeite is om verder te lezen.
Het personage dacht ook veel te veel na, maar ik vond de verhaalopbouw, taal (niet te makkelijk of te moeilijk woordgebruik) en het vlot lezen/schrijven wel zeer goed.
II. TECHNISCHE FICHE
TITEL: verwijst naar …
“Wij zijn allemaal astronauten” verwijst naar de Aarde dat de schrijver ziet al een ruimtevaartuig.
VERHAALBEGIN: in medias res
Je weet niet wat er vooraf gebeurd is en wie er aan het woord is. Je wordt midden in het verhaal gezet.
VERHAALEINDE: open einde
Tijdens het lezen kun je je afvragen waarom de jongen in Montreal logeert. Ook de vraag door wie hij is uitgenodigd blijft onbeantwoord. Het is dus een open einde. Het verhaal loopt verder: ze landen met het vliegtuig.
VERTELPERSPECTIEF: Ik-verhaal (vertellend / handelend, belevend)
Het verhaal wordt heel de tijd met een ik-persoon verteld.
TIJDSVERLOOP: chronologisch
Het is chronologisch, hij vertelt eerst over Montreal en wat hij daar heeft gedaan en meegemaakt. Daarna zit hij in het vliegtuig. En tot slot zal zijn vriend hem komen ophalen.
VERTELTIJD: 31 minuten. – VERTELDE TIJD: 1 dag
Hij vertelt over zijn vertrek.
VERHAALRITME: traag ritme
Er komen veel gedachten van het personage in het verhaal.
EVOLUTIE HOOFDPERSONAGE: statisch
Er is geen evolutie op zijn vertrekdag. Dat is gebeurd in die 3 maanden die hij doorbracht in Montreal.
SFEERSCHEPPENDE RUIMTE: versterkend
Het is een heel sfeerscheppende ruimte. Hoe hij met de mensen omgaat, hoe over hen denkt.
GEOGRAFISCHE RUIMTE: (Waar speelt het verhaal zich af?)
In Montreal en het vliegtuig.